Waarom röntgen?
Zien wat het oog niet ziet
Een tandheelkundige röntgenfoto maakt structuren zichtbaar die bij gewoon onderzoek verborgen blijven: beginnende cariës tussen de kiezen, botverlies bij parodontitis, ontstekingen aan de wortelpunt, of de ligging van een verstandskies. Zo helpt het de tandarts de juiste diagnose te stellen en behandeling te plannen.
Tegelijk is een röntgenfoto een vorm van ioniserende straling. Daarom is het uitgangspunt altijd: een foto alleen als hij echt iets toevoegt. Röntgenonderzoek is volgens de richtlijn steeds aanvullend op het klinisch onderzoek — nooit andersom — en is alleen gerechtvaardigd als het de diagnose of het behandelplan kan beïnvloeden.
De soorten
Vier soorten opnamen
Bitewing
"beugelfoto" — intra-oraal
Een kleine opname waarop je op een hapblokje bijt. Toont de kronen van boven- en onderkiezen tegelijk — ideaal voor cariës tussen de tanden en onder vullingen, en voor botverlies.
Periapicale opname
PA — intra-oraal
Toont één of enkele tanden volledig, van kroon tot wortelpunt. Gebruikt bij pijnklachten, wortelkanaalbehandelingen en ontstekingen rond de wortel.
Panoramische opname
OPT / OPG / orthopantomogram
Eén overzichtsfoto van de hele boven- en onderkaak, gemaakt terwijl het apparaat om je hoofd draait. Geeft een breed overzicht, maar minder detail dan een intra-orale opname.
CBCT
cone beam CT — 3D
Een 3-dimensionale opname die de kaak in doorsneden toont. Zeer gedetailleerd, maar met een hógere stralingsbelasting — daarom alleen bij specifieke vragen.
In de meeste gevallen zijn intra-orale foto's (bitewing of periapicaal) voldoende om een goed beeld te krijgen. Een panoramische opname of CBCT is alleen nodig bij een bredere of complexere vraag — niet als standaard.
Termijnen
Hoe vaak een bitewing? Op geleide van je cariësrisico
Er bestaat géén vaste termijn die voor iedereen geldt. De KIMO-richtlijn koppelt het interval aan je cariësrisico, dat de tandarts bij elk periodiek mondonderzoek opnieuw inschat. Zo krijgt wie weinig risico loopt minder foto's, en wie veel risico loopt gerichter controle.
| Cariësrisico | Interval bitewings | Toelichting |
|---|---|---|
| Verlaagd / laag | 3–5 jaar | Weinig of geen nieuwe gaatjes, goede mondhygiëne: het interval mag ruimer. |
| Gemiddeld | 2 jaar | De standaard-uitgangswaarde bij een gemiddeld risico. |
| Verhoogd / hoog | 1 jaar | Meerdere nieuwe laesies of risicofactoren; in uitzonderlijke gevallen elk half jaar. |
Bij kinderen wordt cariës in het melkgebit sneller actief, dus daar wordt het interval vaker aan de korte kant gekozen. Bitewings worden doorgaans vanaf de leeftijd van ongeveer 4 tot 6 jaar gemaakt, en altijd pas ná een visuele inspectie — nooit routinematig vooraf.
Belangrijk: dit zijn richtinggevende intervallen, geen automatische afspraken. Bij elk mondonderzoek weegt de tandarts opnieuw of een foto nodig is, en legt de reden voor verkorten of verlengen vast in je dossier. Een bitewing wordt bovendien alleen gemaakt als de vlakken tussen de tanden niet gewoon te beoordelen zijn.
Panoramisch
Wanneer is een OPT (panoramische opname) nodig?
Een panoramische opname geeft een breed overzicht, maar met een hogere stralingsbelasting en minder detail dan een intra-orale foto. Ze wordt daarom gericht ingezet, wanneer een overzicht van de hele kaak echt nodig is:
OPT is bijvoorbeeld geïndiceerd bij:
- Verstandskiezen (derde molaren): beoordelen van ligging en de relatie tot de kaakzenuw vóór verwijdering.
- Implantologie: overzicht van botaanbod en anatomische structuren in de planningsfase.
- Kaakbrede vraagstukken: vermoeden van cysten, gezwellen, kaakbreuken of niet-doorgebroken tanden.
- Orthodontie: overzicht van aanwezige en nog niet doorgebroken elementen.
- Uitgebreide gebitssanering: een totaalbeeld bij zeer uitgebreide problematiek.
OPT is níét bedoeld voor:
- Standaard bij elke nieuwe patiënt "voor de zekerheid", zonder concrete aanleiding.
- Routinematige cariëscontrole — daarvoor zijn bitewings juist geschikter en detailrijker.
De richtlijn stelt expliciet dat het niet te rechtvaardigen is om bij een nieuwe patiënt zonder duidelijke aanleiding standaard een panoramische foto te maken — ook al worden er soms toevallig afwijkingen mee gevonden. Bij een panoramische opname wordt bovendien alleen het gebied afgebeeld waarvoor een rechtvaardiging bestaat.
3D-beeldvorming
Wanneer een CBCT (3D-scan)?
Een CBCT (cone beam CT) geeft een driedimensionaal beeld en is bijzonder waardevol bij vragen die in 2D niet te beantwoorden zijn. Omdat de stralingsbelasting hoger is dan bij een gewone opname, geldt hier extra terughoudendheid: alleen als het echt nodig is en de uitkomst het beleid verandert.
CBCT kan geïndiceerd zijn bij:
- Complexe implantologie: als 2D onvoldoende zekerheid geeft over botvolume of de afstand tot zenuw of bijholte.
- Lastige verstandskiezen: bij een nauwe relatie tussen de wortels en de onderkaakzenuw (canalis mandibularis).
- Complexe endodontie: extra wortelkanalen, resorptie of een aanhoudende ontsteking.
- Kaakpathologie & trauma: nauwkeurige beoordeling van cysten, gezwellen of botbreuken in 3D.
De KIMO-richtlijn benadrukt: bij voldoende botvolume en voldoende afstand tot anatomische structuren is een CBCT niet noodzakelijk voor een implantaat. CBCT wordt steeds vaker ingezet, en juist daarom vraagt de richtlijn om extra bewustzijn van de stralingsbelasting. De precieze CBCT-indicaties vallen deels buiten deze richtlijn en volgen aparte, specialistische kaders.
Veiligheid
Hoe houdt de tandarts de straling laag?
De stralingsdosis van een tandheelkundige foto is klein — een paar bitewings zijn vergelijkbaar met een fractie van wat je jaarlijks aan natuurlijke achtergrondstraling ontvangt. Toch geldt: elke onnodige opname is er één te veel. De richtlijn werkt met het principe ALADAIP:
Ben je zwanger of denk je dat te zijn? Meld het je tandarts. Tandheelkundige opnamen richten zich op het hoofd en de dosis is laag, maar ook dan geldt: alleen een foto als die echt nodig is, en met de juiste voorzorg.
Richtlijn
De KIMO-richtlijn over röntgenopnamen
De klinische praktijkrichtlijn 'Indicatiestelling van intra-orale en panoramische röntgenopnamen in de mondzorg' (KIMO, 2026) is de Nederlandse standaard voor wanneer en hoe vaak tandheelkundige röntgenopnamen gemaakt worden. Ze specificeert onder meer de bitewing-intervallen op basis van cariësrisico, de opnamen bij parodontale afbraak, het gebruik van periapicale foto's rond wortelkanaalbehandelingen (met controle na een jaar) en de rol van panoramische opnamen bij implantologie.
Het leidende principe is ALADAIP: röntgen is altijd aanvullend op klinisch onderzoek en alleen gerechtvaardigd als het het beleid kan beïnvloeden. Indicaties voor CBCT vallen grotendeels buiten deze specifieke richtlijn, maar het uitgangspunt van terughoudendheid en stralingsbewustzijn geldt daar onverkort.
De rode draad: alleen een foto met toegevoegde waarde, afgestemd op jouw risico en vraag. Meer over KIMO →
Zie ook
Verwante onderwerpen
- Cariës — de belangrijkste reden voor bitewings: gaatjes tussen de tanden opsporen.
- Kindertandheelkunde — waarom bij kinderen zorgvuldig met röntgen wordt omgegaan.
- Tandimplantaten — planning met panoramische opname en soms CBCT.
- Parodontitis — röntgen toont het botverlies dat bij tandvleesziekte hoort.