Wat is een klosprothese?
Een prothese die een opening afsluit
Normaal scheidt het gehemelte de mondholte van de neus- en kaakholte. Ontstaat daar een opening — een defect — dan lopen mond en neus in elkaar over. Dat geeft grote problemen met eten (lekkage naar de neus), slikken en spreken (een nasale klank). Een klosprothese sluit die opening af.
De naam verwijst naar de vorm: de prothese heeft een hol, klosachtig deel (de obturator, van het Latijnse obturare = afsluiten) dat precies in het defect past en het opvult. Vaak is dit deel hol, zodat de prothese licht blijft. Het zichtbare deel lijkt op een gewone gebitsprothese en kan ook ontbrekende tanden vervangen.
Wanneer nodig?
Twee soorten defecten
Een defect in de bovenkaak of het gehemelte is meestal verworven (later ontstaan) of aangeboren. Beide kunnen met een klosprothese worden behandeld.
Verworven defect
na operatie of trauma
Meestal na het chirurgisch verwijderen van een tumor in de bovenkaak (een resectie), waarbij een deel van het gehemelte of de kaak wordt weggenomen. Dan spreekt men van een resectieprothese. Ook een ongeval kan een defect veroorzaken.
Aangeboren defect
schisis
Bij een schisis (gespleten lip, kaak en/of gehemelte — cheilopalatoschisis) kan er een open verbinding tussen mond en neus bestaan. Een klosprothese kan die afsluiten, soms als aanvulling op of in afwachting van chirurgische correctie.
Verworven defecten hangen vaak samen met mondkanker in het bovenkaakgebied: na de resectie van de tumor herstelt de klosprothese de functie van het weggenomen deel.
Functie
Wat doet een klosprothese?
Door de opening af te sluiten en het defect op te vullen, herstelt de prothese in één keer meerdere belangrijke functies:
Eten & drinken
Voorkomt dat voedsel en vloeistof via de opening naar de neusholte lekken.
Spraak
Herstelt een normale klank; zonder afsluiting klinkt de spraak nasaal en onduidelijk.
Kauwen & slikken
Geeft weer houvast om te kauwen en veilig te slikken, vaak met vervangende tanden.
Uiterlijk & steun
Ondersteunt de wang en lip en herstelt het gelaatsprofiel, wat het zelfvertrouwen helpt.
De behandeling
Van chirurgische tot definitieve obturator
Bij een verworven defect (na een operatie) verloopt de behandeling meestal in drie fasen. Het defect en de wond veranderen namelijk in de maanden na de operatie, dus de prothese groeit als het ware mee.
Chirurgische obturator
DirectAl vóór of tijdens de operatie voorbereid en direct na de resectie geplaatst. Deze tijdelijke afsluiting maakt eten, drinken en praten meteen weer mogelijk en beschermt de wond in de eerste dagen.
Interim-obturator
GenezingsfaseEen tussenprothese (intermediair) voor de periode waarin de wond geneest en het defect nog van vorm verandert. Deze wordt regelmatig aangepast aan het genezende weefsel.
Definitieve obturator
Stabiele situatieAls het weefsel is uitgerijpt en de vorm stabiel is (vaak enkele maanden na de operatie), volgt de definitieve klosprothese: nauwkeurig passend, comfortabel en gemaakt voor langdurig gebruik.
Houvast
Betere retentie met implantaten
Een klosprothese goed op zijn plaats houden is soms lastig, juist omdat er weinig steunweefsel over is na een resectie. Implantaten in het resterende kaakbot kunnen de prothese dan verankeren, wat de retentie en stabiliteit sterk verbetert.
Onderzoek laat zien dat een klosprothese op implantaten de mondfunctie, het kauwvermogen en het eetcomfort verbetert, en bij bepaalde bovenkaakdefecten een goed alternatief kan zijn voor een chirurgische reconstructie. Zorgvuldige planning is daarbij essentieel.
Het zorgteam
Specialistische, multidisciplinaire zorg
Een klosprothese wordt gemaakt door de tandarts maxillofaciale prothetiek (tandarts MFP), een tandarts met een aanvullende differentiatie via de NVGPT. Deze werkt in een Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde, meestal verbonden aan een ziekenhuis, en vrijwel altijd in teamverband.
De tandarts MFP behandelt zowel aangeboren afwijkingen (zoals schisis) als verworven afwijkingen (trauma, hoofd-halstumoren). Meer over deze differentiatie lees je op de pagina Tandartsopleiding.
Leven met een klosprothese
Onderhoud & nazorg
Onderbouwing
Richtlijnen & expertise
De klosprothese valt onder de maxillofaciale prothetiek (MFP). De NVGPT (Nederlandse Vereniging voor Gnathologie en Prothetische Tandheelkunde) leidt tandartsen op tot tandarts MFP en beschrijft in het opleidingskader de zorg rond bovenkaakstumoren en de opeenvolgende obturatorprothesen — van chirurgische prothese tot definitieve obturator, met een volledig nazorgschema.
Voor de bredere behandeling van hoofd-halstumoren geldt het kader van de Kennisdatabase Hoofd-halstumoren van de Federatie Medisch Specialisten (FMS), waarin de multidisciplinaire zorg rond deze tumoren is vastgelegd. De prothetische rehabilitatie met een klosprothese is daar een vast onderdeel van.
De rode draad: specialistische, multidisciplinaire en individueel afgestemde zorg, gericht op het herstellen van eten, spreken en kwaliteit van leven. Meer over KIMO →
Zie ook
Verwante onderwerpen
- Gebitsprothesen — de "gewone" uitneembare prothesen waarop de klosprothese voortbouwt.
- Mondkanker — een verworven bovenkaakdefect ontstaat vaak na een tumorresectie.
- Tandimplantaten — verankeren de klosprothese voor betere retentie en stabiliteit.
- Tandartsopleiding — over de tandarts maxillofaciale prothetiek (NVGPT).